Inleiding
Algen hebben een belangrijke functie in de ecologie van wateren: zij produceren zuurstof, nemen voedingsstoffen (nutriënten) op en dienen als voedsel voor dierlijk plankton en andere dieren. Zij horen dus bij het plantenrijk en kunnen door middel van fotosynthese, koolstofdioxide omzetten in biomassa (glucose) en zuurstof.
Er zijn heel veel verschillende soorten algen. Een voorbeeld daarvan zijn de blauwalgen, die we in dit practicum gaan bestuderen.
Hoewel blauwalgen in staat zijn tot fotosynthese, horen zij bij het bacteriënrijk omdat hun cellen eenvoudiger zijn opgebouwd dan die van algen. Hun wetenschappelijke naam is cyanobacteriën . Blauwalgen behoren tot de oudste organismen op aarde (3,5 miljard jaar oud). Zij komen overal ter wereld voor, zowel in het zoete als zoute water en in de bodem.
Deze blauwalgen horen van nature in het water. Maar ze kunnen veel overlast veroorzaken. Een juiste combinatie van temperatuur, licht en voedingsstoffen in stilstaand water kan leiden tot massale groei van de blauwalgen.
Twee belangrijke voedingsstoffen die de blauwalgen nodig hebben zijn nitraten en fosfaten. Deze stoffen zitten in het water, maar door het afvalwater van bedrijven, de landbouw en de huishoudens zitten er soms veel teveel van deze voedingsstoffen in het water.
In die situatie groeien de algen zo sterk dat ze een drijflaag vormen. Dit kun je zien als een groene soep of blauw schuim op een sloot of meertje. Je kunt het ook ruiken!
Zo'n drijflaag brengt meerdere problemen met zich mee:
Maak een voorpagina (blanco papier), nummer de bladzijden,
maak een inhoudsopgave en doe alles in een snelhechter.

Links naar de bestanden die voor dit practicum nodig zijn: