|
nummer
|
Wat moet je doen?
|
gedaan
|
nagekeken
|
- weten hoe de organen van
een plant heten.
- weten dat de organen van
een plant, net als bij de mens, bestaan uit cellen.
- in een afbeelding van een
microscopische tekening van een blad de verschillende
onderdelen kunnen benoemen.
- weten uit welke onderdelen
cellen van planten bestaan.
- de taken van de celonderdelen
kunnen noemen.
|
|
1
|
Lees in je leerboek de tekst Uit
welke delen bestaat een plant? op blz. 98.
Denk aan de bronnen!
|
|
|
|
2
|
Voer Cambium opdracht 1 uit - Een
samenvatting maken
|
|
|
|
3
|
Maak in je werkboek opdr. 4 en
5 (vanaf blz.133)
|
|
|
|
4
|
Lees in je leerboek de tekst Hoe
komen planten aan hun groene kleur? op blz. 98.
|
|
|
|
5
|
Voer Cambium opdracht 2 uit - Een
samenvatting maken
|
|
|
|
6
|
Maak in je werkboek opdr. 6 t/m
8.
|
|
|
- de namen van de onderdelen
van de microscoop kennen en de onderdelen op een afbeelding
kunnen aanwijzen.
- weten waarvoor de verschillende
onderdelen van de microscoop dienen.
|
|
7
|
Bestudeer in je leerboek de bouw
van de microscoop op blz. 136.
|
|
|
|
8
|
Maak Cambium opdracht 5
|
|
|
|
9
|
Leer de namen van de microscoop.
Oefen op bioplek: http://www.bioplek.org --> klassen cambium
--> brugklas --> namen microscoop
|
|
|
|
10
|
Practicum: Voer Cambium opdracht
6 uit
en als je nog tijd hebt opdracht 7.
Je krijgt hiervoor één les.
|
|
|
- uit kunnen leggen hoe kruidachtige
planten en hoe houtachtige planten aan hun stevigheid
komen.
|
|
11
|
Lees in je leerboek de tekst Hoe blijven planten
rechtop? op blz. 98/99.
|
|
|
|
12
|
Voer Cambium opdracht 3 uit - Een samenvatting
maken
|
|
|
|
nummer
|
Wat moet je doen?
|
gedaan
|
nagekeken
|
|
13
|
Maak in je werkboek opdracht 10 en 11
|
|
|
|
14
|
Leer paragraaf 6.1
Gebruik De paragraaf op een rijtje (W. blz. 130 en Test jezelf
(W. blz. 146)
|
|
|
Weten en kunnen
Je moet:
- weten welke stoffen planten
met hun wortels uit de grond opnemen.
- uit kunnen wat wortelharen
zijn en waarvoor ze dienen.
- weten via welke kanaaltjes
het water vanuit de wortel naar de bladeren gaat.
- uit kunnen leggen wat met vaatbundels
bedoeld wordt.
- uit kunnen leggen waarom het
nuttig is dat in de bladeren van een plant voortdurend water
verdampt.
- weten waarvoor de huidmondjes
in een blad van een plant dienen en uit kunnen leggen waarom
huidmondjes bij erg warm en droog weer dicht zitten.
|
|
15
|
Maak Cambium opdracht 10 - video wortel en
stengel
|
|
|
|
16
|
Bestudeer in je leerboek de tekst Hoe krijgen
planten water en voeding binnen? op blz. 103.
Maak een schematische samenvatting.
|
|
|
|
17
|
Maak in je werkboek opdr. 33 t/m 37.
|
|
|
|
18
|
Bestudeer in je werkboek de tekst Hoe komt
het water in de bladeren? op blz. 103.
Maak een schematische samenvatting.
|
|
|
|
19
|
Maak in je werkboek opdr. 38 t/m 41.
|
|
|
Weten en kunnen
Je moet:
- uit kunnen leggen waarvoor
een plant licht nodig heeft om goed te kunnen groeien.
- weten wat is de taak is van
de cellen van het bladmoes van een blad van een plant.
- weten wat bedoeld wordt met
fotosynthese, welke stof door de plant bij dit proces gemaakt
wordt en wat de rol van de bladgroenkorrels daarbij is.
|
|
20
|
Lees in je leerboek de tekst Waarom kan geen
plant zonder licht? op blz. 104.
Maak een schematische samenvatting.
|
|
|
|
21
|
Maak in je werkboek opdr. 45 en 46.
|
|
|
|
22
|
Leer paragraaf 6.3.
Gebruik De paragraaf op een rijtje (W. blz.139 en Test
jezelf
(W. blz. 147)
|
|
|
|
23
|
Extra opdracht
Voer Cambium opdracht 11 uit.
|
|
|