Biologie Brugklas Atheneum

Studiewijzer 4: Dieren bekijken

nummer

Wat moet je doen?

gedaan

nagekeken
en
verbeterd


Indeling in rijken – Cambium-opdrachten

Weten en kunnen

Je moet:

  • de vier rijken waarin organismen verdeeld worden, kunnen noemen.
  • aan de hand van kenmerken van cellen van organismen kunnen aangeven tot welk rijk deze behoren.

 

1

Lees de informatie op blz. 2 van de Cambium-opdrachten.

   

2

Maak Cambiumopdracht 1 t/m 10.

   

3

Leer de informatie op blz. 2 van de Cambium-opdrachten
gebruik: Weten en kunnen

   


Plus verdieping blz. 21 en Indeling van het dierenrijk – Cambium-opdrachten

Weten en kunnen

Je moet:

  • de hoofdafdelingen van het dierenrijk kunnen noemen en van elke hoofdafdeling enkele voorbeelden weten.                 
  • aan de hand van afbeeldingen van dieren kunnen aangeven tot welke hoofdafdeling de dieren behoren.           
  • de klassen van de gewervelde dieren kunnen noemen, de belangrijkste kenmerken van die klassen weten en dieren op basis van deze kenmerken in de juiste klasse kunnen plaatsen.
  • de klassen van de geleedpotige dieren kunnen noemen, de belangrijkste kenmerken van die klassen weten en dieren op basis van deze kenmerken in de juiste klasse kunnen plaatsen. 
  • met een eenvoudige determinatietabel kunnen werken.

 

4

Lees de informatie op blz. 4 van de Cambium-opdrachten.

   

5

Maak Cambiumopdracht 11.

   

6

Maak van de Cambium opdrachten blz.17

   

7

Lees in je leerboek de tekst Hoe deel je dieren in groepen in? op blz. 21.
Maak een schematische samenvatting.

   

8

Lees in je leerboek de tekst Waar zoek je de naam van een organisme op? op bladzijde 116/117.

   

9

practicum

Practicum determineren

Voer Cambiumopdracht 19 uit.

   

10

Leren Indeling dierenrijk.

Gebruik: Weten en kunnen.

   


§ 4.1 - Prikkelbaar

Weten en kunnen

Je moet:

  • weten wat met de begrippen prikkel,  inwendige prikkel, uitwendige prikkel en sleutelprikkel bedoeld wordt en deze begippen kunnen toepassen.
  • aan de hand van een beschrijving van een bepaald gedrag van een dier kunnen aangeven wat signalen zijn, wat de betekenis van die signalen zijn en voor wie die signalen bedoeld zijn.     
  • weten wat met motivatie bedoeld wordt. 
  • kunnen uitleggen dat voor gedrag zowel prikkels als motivatie nodig zijn.

11

Lees in je leerboek paragraaf 4.1.

Bestudeer de bronnen.

   

12

Maak in je werkboek opdr. 3 t/m 5 en 7 t/m 10

   

13

Leer paragraaf 4.1.

gebruik:

·         Je eigen samenvatting

·         Onthoud – leerboek - blz. 63

·         Test jezelf – werkboek blz. 96

·         De samenvatting – leerboek blz.74

   

§ 4.3 - Lichaamstaal

Weten en kunnen

Je moet:

  • weten wat met verbaal en non-verbaal gedrag bedoeld wordt.
  • voorbeelden kunnen noemen van manieren waarop dieren met elkaar verbaal en non-verbaal communiceren.
  • uit een beschrijving of uit een waarneming van het gedag van dieren kunnen afleiden wat de functies van verschillende signalen is.

 

14

Lees in je leerboek de tekst Hoe vertel je het met je lichaam? en Wat is duidelijke lichaamstaal? op blz. 68/69.

   

15

Maak in je werkboek opdr. 30 t/m 32.

   

16

Lees in je leerboek de tekst Welke signalen gebruiken bijen? op blz. 69.

   

17

Maak in je werkboek opdr. 34

   

18

Leer paragraaf 4.3.

Gebruik:

·         Weten en kunnen

·         Onthoud - leerboek blz 70

·         De samenvatting – leerboek blz.74

   


§ 4.4 – Samen leven

Weten en kunnen

Je moet:

  • kunnen uitleggen wat met de rangorde in een groep bedoeld wordt en wat de functie van zo'n rangorde is.
  • om kunnen gaan met de termen dominant en onderdanig in verband met het leven in groepen.
  • kunnen uitleggen wat met een territorium bedoeld wordt en een aantal manieren kunnen noemen waarop dieren hun territorium afbakenen en verdedigen
  • kunnen omschrijven wat met baltsgedrag bedoeld wordt en wat de functie van dit gedrag is.

19

Lees in je leerboek de tekst Hoe werken dieren in groepen samen? en Wie is de baas in een groep? op blz. 71.

Maak een schematische samenvatting.

   

20

Maak in je werkboek opdr. 40 t/m 43.

   

21

Lees in je leerboek de tekst Hoe houden dieren hun eigen plek? op blz. 72.

Maak een schematische samenvatting.

   

22

Maak in je werkboek opdr. 44 t/m 47.

   

23

Lees in je leerboek de tekst Hoe vinden dieren een partner? op blz. 73.

Maak een schematische samenvatting.

   

24

Maak in je werkboek opdr. 48, 50 en 51.

   

25

Leer paragraaf 4.4

Gebruik:

·         Je eigen samenvatting

·         Onthoud - leerboek blz. 73

·          De paragraaf op een rijtje – werkboek blz. 95

·         Test jezelf – werkboek blz. 87/88

·         De samenvatting – leerboek blz..74

   

Practicum Diergedrag

26

Lees blz. 10 van de Cambium opdrachten

   

27

Voer Cambium opdracht 16 uit.

   

28

Excursie Zoo Antwerpen
Cambium opdracht 17 en 18